Sinds enkele maanden ben ik een fervent gebruiker van Twitter. Ik kan er korte berichten in kwijt (te vinden via DeVijlder) maar het is vooral een zeer snelle informatiebron. Sommige twitteraars zijn bijzonder ironisch om niet te zeggen cynisch. Vandaag (1 februari) liep er een uitwisseling van songtitels om het huidige (Europese) klimaat te beschrijven (#eurosong). Kijkend naar de prestatie van de financiële markten in januari kan men verwijzen naar ‘Alors on danse’ (Stromae) of misschien beter ‘Against all odds’ (Phil Collins) want tegen de verwachtingen in (denk aan de ‘doom and gloom’ van eind 2011) heeft januari vuurwerk gebracht met sterke stijgingen van de beurzen, ondernemingsobligaties, goud (men ‘ruikt’ inflatie op lange termijn), … Verklaringen ontbreken niet. Men rekent op een soepeler monetair beleid in de groeilanden; waarderingen van risicovollere beleggingen (aandelen, ondernemings- en groeilandenobligaties) waren interessant; de macrodata vallen behoorlijk mee. Bij de aankoopdirecteursdata (PMI) die vandaag werden gepubliceerd heeft Reuters berekend dat de meerderheid van de landen of regio’s (10 op 15) een verbetering kende tegenover december en 10 op 15 zitten nog altijd in een expansiefase (PMI boven de 50). In de ‘sweet spot’ (PMI die stijgt en boven de 50 noteert) bevinden zich zwaargewichten als de VS, Duitsland, Japan, Brazilië, India, Australië en het VK.
Dé drijfveer van de hoerastemming is echter geld, sloten van geld. De Amerikaanse centrale bank heeft met haar aankondiging de beleidsrente ongewijzigd te houden tot eind 2014 iedere belegger in de VS in feite een uitnodiging gestuurd om meer risico te nemen. De ECB heeft met de herfinancieringsoperatie op 3 jaar (LTRO) een vorm van kwantitatieve versoepeling geïntroduceerd. Het inzicht en dus de kracht van die operatie bestaat erin dat hiermee de negatieve terugkoppeling die van de crisis in de overheidsfinanciën via het banksysteem naar de economische activiteit verliep een halt is toegeroepen. Banken kunnen zich gemakkelijker financieren en in Zuid-Europa hebben sommige reeds de totale financieringsbehoefte voor dit jaar gedekt via de LTRO. En later deze maand komt er nog een tweede LTRO op 3 jaar... We kunnen er van uitgaan dat opnieuw heel veel geld zal opgehaald worden, wat de risicoappetijt zal aanwakkeren. Beleggers zijn dus minder bezorgd over het systeemrisico en nemen tegelijk een voorschot op de verbetering in de reële economie die nog moet komen. Vooralsnog is dit meer hoop dan realiteit en als er al verbetering is, is het van een te laag niveau (denk aan de VS). In Europa bereikt de werkloosheid in veel landen een ongekend peil (om nog niet te spreken over de jeugdwerkloosheid) en dan moet de budgetaire broeksriem verder aangesnoerd worden. Deze rally is dan ook verschillend van die in maart 2009. Weliswaar kwam die op gang op basis van marginale tekenen van verbetering (positieve commentaren van enkele Amerikaanse banken) maar de waarderingen waren toen goedkoper, we waren in recessie, dus het kon enkel beter gaan, er was nog potentieel om de economie verder te stimuleren en de Eurozone was nog een oord van relatieve rust. Dit alles is nu toch wel anders. We bevinden ons dus in een liquiditeitsgedreven rally waarbij we het gezegde indachtig moeten zijn “a rising tide lifts all boats”. Voor de belegger met een lange horizon vind ik het nog altijd een goed idee om wat meer risico te nemen als hij nu vooral in cash zou zitten. Voor de tactische aandelenbelegger moeten we nu eerder gaan zoeken naar wat het enthousiasme zou afkoelen. Tegenvallende macrodata uit de VS en China zijn daarbij een kandidaat net als, voor wat Europa betreft, de ontwikkelingen in Griekenland en … Portugal.
William De Vijlder
Chief Investment Officer, Strategy & Partners
BNP Paribas Investment Partners
Hoe tegendraads moet de belegger zijn?
Ondanks de negatieve commentaren aan het einde van 2011 hebben de financiële markten de belegger dit jaar positief verrast. De verleiding is daarbij groot te stellen dat men altijd het tegengestelde moet doen van de gangbare opinie: kopen wanneer slecht nieuws domineert en verkopen wanneer iedereen optimistisch is. De realiteit is natuurlijk complexer maar het is duidelijk dat een belegger moet inschatten wat de ‘versheidsdatum’ is van een thema: wanneer slecht nieuws de markten in zijn greep houdt moet men vooral aandacht hebben voor de zonnestraal die door de wolken priemt want dit kan een prelude zijn voor een bredere opklaring en omgekeerd, wanneer de lucht blauw is moet men zoeken waar de eerste wolken vandaan kunnen komen.
Hoe tegendraads moeten we vandaag zijn? Op basis van de recente berichtenstroom lijkt het glas voor de beleggers minstens halfvol te zijn. De Amerikaanse arbeidsmarkt is eindelijk aan het verbeteren; vertrouwensindicatoren in Europa schijnen te stabiliseren; China heeft de reservevereisten van de banken versoepeld; de verlaging van de inkomstenbelasting geïntroduceerd onder de Bush-administratie werd verlengd; er is een akkoord over Griekenland. Bij het lezen van de voorpagina van de Financial Times van vorige zaterdag («S&P gains hint at budding recovery»), bekruipt me dan ook het gevoel dat het tijd is om te kijken wat uiteindelijk voor een omslag in het huidige positieve sentiment zou kunnen zorgen. Ik zie daarbij vijf mogelijke factoren. Eén, de stijging van de markten. Sinds het begin van het jaar bedraagt de stijging van de Eurostoxx50 ongeveer 10% en van de S&P500 ongeveer 8%. Verschillende groeilanden doen het nog een stuk beter. Veel beleggers hebben nu al een hogere opbrengst uit aandelen dan wat ze voor het volledige jaar verwachtten, dus hoe langer deze beweging aanhoudt, des te groter de verleiding om een deel van de winst veilig te stellen. Twee, de economische cijfers. Voor de VS gaan deze duidelijk de goede richting uit, inclusief wat de arbeidsmarkt betreft en bovendien schijnt de bouwsector het ook beter te doen. In Europa vielen de vertrouwensindicatoren mee. Hoe beter de resultaten, hoe moeilijker het wordt om de economisten positief te verrassen en teleurstellende data zouden natuurlijk op het beleggerssentiment wegen. Drie, de verkiezingen in Griekenland. Deze zouden in april plaatsvinden en dreigen volledig rond het thema te draaien van de economisch-financiële toestand van het land en het gevolgde beleid. Dit zal met aandacht worden gevolgd door internationale beleggers. Vier, de stijging van de olieprijzen. In dollar heeft de Brentolie de kaap van de 120 bereikt en in euro zitten we rond het piekniveau van 2008. Dit heeft natuurlijk te maken met het geopolitieke risico (Iran) en we moeten niet verwachten dat deze factor naar de achtergrond zal verschuiven. Een verder oplopen van de olieprijs, om politieke redenen maar bijvoorbeeld ook als anticipatie dat de wereldeconomie het in de tweede jaarhelft wat beter zou doen, zou uiteindelijk vervelend kunnen worden, voor de centrale banken (aanwakkeren inflatievrees) en voor de groeivooruitzichten. Vijf, hernieuwde focus op de grote structurele uitdagingen, zowel in Europa als in de VS met als gevolg groeiverwachtingen die naar historische maatstaven eerder bescheiden blijven. Voor de belegger komt het er op aan in te schatten wanneer één of meerdere van deze vijf factoren aan kracht zullen winnen. Vooralsnog staat alles in het teken van de overvloedig beschikbare liquiditeiten en het zijn deze die indirect de aandelenkoersen ondersteunen, maar laat ons niettemin het argument van de ‘versheidsdatum’ in gedachten houden.
William De Vijlder
Chief Investment Officer, Strategy & Partners
BNP Paribas Investment Partners
Geplaatst om 14:49 in William's Weekly Comments | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)