Vorige week zat ik in het panel van een debat georganiseerd door een Nederlands financieel magazine. Het duurde ongeveer twee uur en het woord ‘onzekerheid’ viel talloze keren, met recht en rede overigens. Wat we vandaag zien is vrij uitzonderlijk en het plaatst de belegger in een netelige positie. Historische referentiepunten ontbreken. In een normale bedrijfscyclus kan gedrag uit het verleden aanwijzingen voor de toekomst geven. Hetzelfde geldt voor ‘marktcycli’ (ik gebruik met opzet aanhalingstekens omdat ik vooral niet de indruk wil wekken dat die cycli deterministisch zijn). Het huidige herstel is sloom waardoor bezorgdheid over een terugkeer van de recessie herhaaldelijk de kop opsteekt. Het monetaire beleid heeft tot dusver zijn doel gemist, vandaar QE2 en Operatie Twist in de VS. Wat de marktcycli betreft, lijken we ons in een regime van permanent hoge volatiliteit en hoge correlatie te bevinden waarin de prijs van risicovolle beleggingsklassen bepaald wordt op basis van de risicovrije rente die nog moet worden geherdefinieerd. Kortom, er heerst alom onzekerheid. De grote econoom Frank Knight omschrijft onzekerheid als een toestand waarin referentiepunten en statistische distributies ontbreken en waarin het betekenisloos is om het woord 'waarschijnlijkheid' te gebruiken in de beoordeling van onzekere resultaten (in tegenstelling tot riskante resultaten).
Hoe ga je als belegger met die onzekerheid om? Wat doe je in een situatie waarin traditionele benaderingen en maatstaven minder betrouwbaar worden omdat de uitkomst geheel en al afhangt van het onzekere feit of een gebeurtenis zich al dan niet zal voordoen? Ik maak in dit opzicht een onderscheid tussen verschillende gedragsvormen.
1. zwichten, wat overeenkomt met onderduiken in een schuilkelder. De belegger investeert op de korte termijn (om renterisico’s te vermijden) in deposito’s van hoge kwaliteit of in schatkistpapier met een hoge rating dat in de binnenlandse valuta noteert. Dat is een goede zaak als de reële rente positief is, maar het wordt een dure aangelegenheid als deze negatief wordt door de opportuniteitskost omdat men zo misschien meer aantrekkelijke, zij het risicovollere rendementen misloopt. Bij extreem risicomijdend gedrag kan de nominale kortetermijnrente op staatspapier zelfs negatief worden, zoals we onlangs in Duitsland zagen.
2. spreiden. Altijd een goed idee, maar de al dan niet verwerkelijking van specifieke onzekere gebeurtenissen kan een grote impact hebben op portefeuilles die als dusdanig goed gespreid zijn. Spreiding alleen volstaat niet in een omgeving met erg hoge correlaties
3. regels gebruiken om de verliezen te beperken. Hier probeert men de dalingsrisico's te beheersen. ‘Stop-loss’-drempels beschermen beleggers tegen gedrag van het type ‘laten we de positie maar aanhouden, want het is toch al te laat om te verkopen’. Het komt erop neer dat die regels beleggers willen beschermen tegen ‘verdere' dalingen, wat meteen impliceert dat ze wel al verliezen hebben geïncasseerd.
4. meer huiswerk maken. Meer tijd steken in de analyse voor je beslissingen neemt kan een goed idee zijn, maar het is geen garantie voor succes in onzekere omstandigheden die per definitie onvoorspelbaar zijn
5. aan de portefeuilleconstructie sleutelen. Daar ga ik in de volgende paragraaf dieper op in.
In de portefeuilleconstructie wordt beslist welke posities men in een beleggingsportefeuille zal gaan innemen. De keuze van deze exposures kan gebeuren op basis van de beleggingsklassen (dit is de traditionele benadering: aandelen, obligaties, enz.) of vanuit het oogpunt van de risicofactoren (aandelenrisico, waarde versus groei, small caps versus large caps, blootstelling aan kredietrisico's, aan de rentecurve, enz.). Uit welke hoek je het ook benadert, dit alles kan onder één noemer worden geplaatst: bèta-exposure. Voorts is er nog de idiosyncratische exposure, ook bekend als de ‘alfa’-exposure op basis van overtuigingen over specifieke aandelen en emittenten.
Hoe kan de portefeuilleconstructie, d.w.z. de allocatie tussen alfa en bèta, bijdragen in een oplossing voor onzekerheid? Alfa kan bijzonder nuttig zijn als de markttrend volledig onduidelijk is. In een dergelijke omgeving verwacht men een laag rendement en een breed scala van mogelijke resultaten (laag rendement met hoge volatiliteit). Als aandelenexposure nodig is om strategische redenen (bvb. in het geval van pensioenfondsen, stichtingen of particuliere beleggers met een lange beleggingshorizon) is het benutten alfakansen via actief beheer een goed idee voor zover men ten minste over de juiste vaardigheden beschikt. Een excess return genereren zal des te meer op prijs worden gesteld als het marktrendement (bètarendement) laag is. Alfa kan zelfs nuttig zijn zonder strategische exposure aan aandelen: in dat geval zullen beleggers opportunistisch in met zorg gekozen aandelen investeren en zo de kansen te grijpen, geboden door de markten die de neiging hebben om te overdrijven in een klimaat van onzekerheid.
Wat met de bèta in de portefeuilleconstructie? Hier maak ik een onderscheid tussen drie bèta’s:
1. traditionele bèta. dit is het rendement afkomstig van de exposure aan risicopremies (aandelenrisico, stijlrisico, omvangrisico, wanbetalingsrisico, renterisico, enz.). In het beste geval combineert men verschillende exposures op een slimme manier om te profiteren van de onvolmaakte correlatie tussen de rendementsstromen. Maar zoals hogerop al vermeld neemt het voordeel van spreiding af naarmate de onzekerheid toeneemt.
2. slimme bèta. Dit is de beloning voor een niet-traditionele exposure aan een risicofactor. De laatste jaren heeft een toenemend aantal benaderingen met betere risico-rendementsverhouding dan traditionele kapitalisatiegewogen benchmarks aan populariteit gewonnen. In een klimaat van stijgende onzekerheid zijn portefeuilles met een minimale variantie en lage volatiliteit bijzonder interessant omdat ze een lage absolute volatiliteit bieden in combinatie met aantrekkelijke rendementen en omdat ze in de meeste gevallen hogere rendementen neerzetten dan naar marktkapitalisatie gewogen portefeuilles.
3. getransformeerde bèta. Het door exposure aan risicopremies geboden rendement wordt getransformeerd ofwel door regels toe te passen (zie hogerop) ofwel door te beleggen in instrumenten met een asymmetrisch profiel (converteerbare obligaties, hedgefondsen, producten met kapitaalgarantie, opties)
Kortom, omgaan met onzekerheid is uitermate moeilijk omdat het traditionele beleggingsproces zijn limieten bereikt, anders gezegd omdat de markten minder voorspelbaar worden ongeacht het gebruikte (kwalitatieve, kwantitatieve) proces om de standpunten te bepalen. Drie bèta's met alfa combineren biedt beleggers de mogelijkheid om een grote stap voorwaarts te zetten in een oplossing voor wat voormalig Amerikaans minister van defensie Donald Rumsfeld 'de onbekende onbekenden' noemde.
William De Vijlder
Chief Investment Officer, Strategy & Partners, BNP Paribas Investment Partners
9 december 2011
Reacties