(Artikel gepubliceerd in Moneytalk van 19 mei 2011)
Rond deze periode van het jaar worden we als belegger telkens herinnerd aan de uitspraak “sell in May and go away”. Alhoewel dit seizoeneffect wel degelijk blijkt uit de statistieken, volstaat het op zich niet om nu meteen op de rem te gaan staan: dit effect is noch een voldoende noch een noodzakelijke reden om het risico in zijn portefeuille sterk te verminderen. Spijtig genoeg ontbreken voor de aandelenbelegger de redenen echter niet om de komende weken met ietwat verhoogde argwaan het marktgebeuren te volgen. Zo schijnen de hoge olieprijzen toch tot een bepaalde vorm van vraagvernietiging te leiden: de reële vraag naar benzine in de VSA is dalend en wijkt daarmee af van de stijgende trend in het BBP (ook al was de economische groei in het eerste kwartaal teleurstellend). Het is nu wachten of de ervaring uit het verleden waarbij sterk stijgende olieprijzen uiteindelijk een behoorlijke domper zetten op de bestedingsgroei bevestigd wordt. Ondanks de recente olieprijsdaling bevinden we ons nog altijd in een kritische zone zodat het uitkijken blijft naar tekenen die zouden wijzen op een negatieve vraagimpact. Ik denk daarbij vooral aan uitgaven voor duurzame consumptiegoederen (“big ticket items”). Een andere reden voor wat meer voorzichtigheid is dat na een lange reeks van positieve verrassingen in de Amerikaanse macrodata én een alweer sterk resultatenseizoen voor wat het eerste kwartaal betreft, we ons moeten afvragen hoe goed het eigenlijk nog kan worden. Anders gesteld: twijfel over de mogelijkheid van ondernemingen om zo sterk te blijven verrassen in positieve zin zal zorgen voor een verhoogde gevoeligheid voor teleurstellingen. Hetzelfde geldt voor macrodata waar de consensus voor de VSA mikt op ongeveer 3.5% reële groei in het tweede, derde en vierde kwartaal van dit jaar en evenveel in 2012. Dit lijkt behoorlijk optimistisch. Daarnaast is er de vrees dat het einde van kwantitatieve versoepeling (QE2) –een problematiek die een ongekende media- en researchaandacht heeft gekregen in de jongste weken- toch nog een verrassend effect zou hebben waarbij de aanzienlijke emissies van overheidspapier ondernemingen uit de markt zou duwen en zou leiden tot lagere aandelenkoersen en hogere ondernemingsobligatiespreads tegenover overheidspapier. In zo’n scenario zou de risico-afkeer toenemen en tot een daling van de overheidsrente zorgen, zijnde exact het tegendeel van wat sommige Amerikaanse fondsenbeheerders voorspellen… Een vierde reden is de saga over het schuldplafond in Amerika: bereikt men vlug een akkoord of wordt het alweer een “cliffhanger” die beleggers aan het scherm kluistert? Alhoewel men redelijkerwijze mag aannemen dat uiteindelijk de schuldlimiet zal verhoogd worden kan een bitse strijd daarrond bij de belegger voor behoorlijke zenuwachtigheid op korte termijn zorgen. Een vijfde en laatste reden is de verdere evolutie in de Eurozonecrisis. Eén zaak is daar duidelijk: we zijn nog niet aan de aankomst. Sinds meerdere maanden concentreert de discussie zich op individuele landen (Ierland, Portugal en nu vooral Griekenland) en is geen sprake van een “besmetting” richting andere landen (bijvoorbeeld Spanje). Laat ons hopen dat de oplossing die voor Griekenland wordt uitgewerkt van die aard is dat er geen nieuwe besmettingsgolf ontstaat…
Beursomgeving wordt moeilijker
(Artikel gepubliceerd in Moneytalk van 19 mei 2011)
Rond deze periode van het jaar worden we als belegger telkens herinnerd aan de uitspraak “sell in May and go away”. Alhoewel dit seizoeneffect wel degelijk blijkt uit de statistieken, volstaat het op zich niet om nu meteen op de rem te gaan staan: dit effect is noch een voldoende noch een noodzakelijke reden om het risico in zijn portefeuille sterk te verminderen. Spijtig genoeg ontbreken voor de aandelenbelegger de redenen echter niet om de komende weken met ietwat verhoogde argwaan het marktgebeuren te volgen. Zo schijnen de hoge olieprijzen toch tot een bepaalde vorm van vraagvernietiging te leiden: de reële vraag naar benzine in de VSA is dalend en wijkt daarmee af van de stijgende trend in het BBP (ook al was de economische groei in het eerste kwartaal teleurstellend). Het is nu wachten of de ervaring uit het verleden waarbij sterk stijgende olieprijzen uiteindelijk een behoorlijke domper zetten op de bestedingsgroei bevestigd wordt. Ondanks de recente olieprijsdaling bevinden we ons nog altijd in een kritische zone zodat het uitkijken blijft naar tekenen die zouden wijzen op een negatieve vraagimpact. Ik denk daarbij vooral aan uitgaven voor duurzame consumptiegoederen (“big ticket items”). Een andere reden voor wat meer voorzichtigheid is dat na een lange reeks van positieve verrassingen in de Amerikaanse macrodata én een alweer sterk resultatenseizoen voor wat het eerste kwartaal betreft, we ons moeten afvragen hoe goed het eigenlijk nog kan worden. Anders gesteld: twijfel over de mogelijkheid van ondernemingen om zo sterk te blijven verrassen in positieve zin zal zorgen voor een verhoogde gevoeligheid voor teleurstellingen. Hetzelfde geldt voor macrodata waar de consensus voor de VSA mikt op ongeveer 3.5% reële groei in het tweede, derde en vierde kwartaal van dit jaar en evenveel in 2012. Dit lijkt behoorlijk optimistisch. Daarnaast is er de vrees dat het einde van kwantitatieve versoepeling (QE2) –een problematiek die een ongekende media- en researchaandacht heeft gekregen in de jongste weken- toch nog een verrassend effect zou hebben waarbij de aanzienlijke emissies van overheidspapier ondernemingen uit de markt zou duwen en zou leiden tot lagere aandelenkoersen en hogere ondernemingsobligatiespreads tegenover overheidspapier. In zo’n scenario zou de risico-afkeer toenemen en tot een daling van de overheidsrente zorgen, zijnde exact het tegendeel van wat sommige Amerikaanse fondsenbeheerders voorspellen… Een vierde reden is de saga over het schuldplafond in Amerika: bereikt men vlug een akkoord of wordt het alweer een “cliffhanger” die beleggers aan het scherm kluistert? Alhoewel men redelijkerwijze mag aannemen dat uiteindelijk de schuldlimiet zal verhoogd worden kan een bitse strijd daarrond bij de belegger voor behoorlijke zenuwachtigheid op korte termijn zorgen. Een vijfde en laatste reden is de verdere evolutie in de Eurozonecrisis. Eén zaak is daar duidelijk: we zijn nog niet aan de aankomst. Sinds meerdere maanden concentreert de discussie zich op individuele landen (Ierland, Portugal en nu vooral Griekenland) en is geen sprake van een “besmetting” richting andere landen (bijvoorbeeld Spanje). Laat ons hopen dat de oplossing die voor Griekenland wordt uitgewerkt van die aard is dat er geen nieuwe besmettingsgolf ontstaat…
William De Vijlder
15 mei 2011
Geplaatst om 10:02 in William's Weekly Comments | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)