De reactie op recente economische cijfers illustreert dit op perfecte wijze. Waar men een aantal maanden geleden bang was dat China zou oververhitten is, nu de vertraging duidelijk wordt, de vrees ontstaan dat de afkoeling zal gevolgd worden door vrieskoude. In de VSA is zowaar een “double dip paranoïa” ontstaan als reactie op de zwakkere ISM-cijfers en werkgelegenheidsdata aan het begin van deze maand. Nu is het wel zo dat de arbeidsmarkt duidelijk teleurstelde maar om daaruit te concluderen dat we op weg zijn naar een terugval in recessie (wat dan de definitie is van “double dip”) lijkt toch wat kort door de bocht zoals mijn Nederlandse collega’s zouden zeggen. Dit is nog meer het geval voor de ISM-indicator. Deze peilt naar het sentiment van aankoopdirecteuren en vertoont de statistische bijzonder interessante kwaliteit van terug te keren naar het gemiddelde: waarden sterk boven het gemiddelde worden gevolgd door zwakkere observaties en omgekeerd worden lage cijfers gevolgd door betere, waarbij het beeld onstaat van een soort economische “hartslag”. Grafiek 1 illustreert dit.
Grafiek 1
Bron: BNP Paribas Investment Partners
Het voordeel van zo’n grafiek is dat je er van op aan kunt dat naarmate de reeks hogere observaties kent, de waarschijnlijkheid van een daling toeneemt. Dit hoeft niet te betekenen dat we daarmee opnieuw in een recessie belanden. De recessies van de voorbije 35 jaar heb ik met een cirkel aangeduid en men ziet duidelijk dat er veel afkoelingsfazes zijn geweest (dalingen van de ISM) die niet resulteerden in een recessie. Daar komt trouwens nog bij dat de ervaring van “double dips” nog beperkter is. Men moet teruggaan naar het begin van de jaren ’80 en die was dan nog veroorzaakt door het anti-inflatiebeleid van Paul Volcker.
De beurzen hebben hier weinig boodschap aan. Historisch blijkt immers dat wijzigingen in de ISM een nauwe samenhang vertonen met de wijziging in beurskoersen. Grafieken 2 en 3 illustreren dit door respectievelijk het verband te tonen tussen de cumulatieve wijziging van de ISM-index over de jongste drie (zes) maanden en de cumulatieve wijziging van de S&P over de jongste drie (zes) maanden.
Grafiek 2
Bron: BNP Paribas Investment Partners
Grafiek 3
Bron: BNP Paribas Investment Partners
De samenhang is opvallend en de boodschap voor de aandelenbelegger die aan market timing wil doen is duidelijk: hou het momentum van de ISM in het oog. Een dalend momentum gaat gepaard met dalende koersen. De daling hoeft echter geen dalende trend te impliceren. Grafiek 4 schetst dit. In vijf van de acht gevallen noteert de beurs 4 maanden na de piek in de ISM op hetzelfde niveau of hoger dan op het moment van de piek.
Grafiek 4
Bron: BNP Paribas Investment Partners
Een andere manier om hier tegenaan te kijken is als volgt. Het inzetten van een dalende trend in de ISM is belangrijk nieuws voor de belegger: men gaat over van “mooi weer” naar “onweerachtig”, er is nieuwe, ongunstige informatie. Typisch leidt dit tot lagere koersen maar na de eerste reactie die al bij al niet zo lang duurt zit dit nieuws reeds verwerkt in de koersen en kijkt men naar nieuwe informatie om richting te geven.
Deze neiging tot snelle veranderingen van richting, ondersteund door een scenario van “double dip”, waar echter vooralsnog geen solide basis voor basis, illustreert echter hoe sterk de vrees erin zit dat het hele herstel op een zwakkere basis is gestoeld dan men algemeen aanneemt. De risico-afkeer blijft structureel hoog.
William De Vijlder
15 juli 2010
Reacties