“Wat verrast u het meest?” De ogen van de CEO van onze joint venture in Zuid-Korea glinsterden van nieuwsgierigheid naar mijn antwoord toen hij had vernomen dat het mijn eerste bezoek aan zijn land was. Veel zaken waren op de weg van de luchthaven naar Seoul opgevallen: de gesofisticeerde informatiepanelen op de autowegen, het geringe aantal westerse wagens, de luxueuze auto’s van Koreaanse merken (modellen die bij ons niet verdeeld worden). Het meest verrassend was echter het aantal kranen in de hoofdstad. Hier heeft men vertrouwen in de toekomst. Eenzelfde beeld trouwens in Hong Kong en Shanghai, andere bestemmingen tijdens een week Azië.
Hét thema in de voorbije week was de loonevolutie in China met de 30% loonstijging bij Foxconn en stakingen voor hogere lonen bij Honda in China. In de internationale media was hierover een zweem van “Schadenfreude” te bespeuren, een houding van “zie je wel, er komen barsten in het Chinese model”. Laat ons wel wezen: de Chinese groei vertraagt weliswaar maar blijft benijdenswaardig hoog en qua concurrentiekracht blijft het verschil enorm. De China Daily meldde in zijn editie van 3 juni dat het typische maandloon in de Hondafabrieken 1900 yuan is (ongeveer 190 Euro) en dat in de industrie in centraal China per week gemiddeld 60 uur wordt gewerkt…
De solide regionale omgeving neemt niet weg dat men de ontwikkelingen in Europa met stijgende bezorgdheid volgt. Nooit heb ik zoveel interesse voor Europa gezien in gesprekken in Azië als tijdens deze reis. Het is ook ironisch dat na de Aziatische crisis van 1997-98, een zeer voorzichtig beleid werd gevoerd dat in de meeste Aziatische landen voor een bijzonder lage schuldgraad heeft gezorgd. Dit beleid heeft in het Westen via de lage rente geleid tot de gekende excessen (hefboomeffect; schuldopbouw in de privésector) en crisis en uiteindelijk voor enorme budgettaire problemen. Van één crisis naar de andere dus. De financiële markten vrezen dat Europa voor besmetting kan zorgen in Azië. Op basis van het belang van de Europese invoer in de Aziatische uitvoer kan men enkel concluderen dat het effect via de handel niet zo groot zal zijn. De bezorgdheid zit dieper: wat zal de invloed zijn op het kapitaalverkeer naar de regio wanneer internationale beleggers een grotere risicoafkeer zouden vertonen? Wat zal de impact zijn op internationale bankfinanciering? Eén ding blijft echter duidelijk: beleggers hebben behoefte aan voldoende sterke structurele groei van de economie en daarvoor moet men in de Aziatische groeilanden zijn.
Laatste halte vorige week was Tokyo. Een gigantische stad met een wirwar van autowegen. Discipline en beleefdheid zijn de ordewoorden: de politieman buigt plechtig wanneer hij mijn taxi doet stoppen om de foto op mijn reispas te controleren. Economisch gaat het er recent iets beter, via de uitvoer (de Japanse conjunctuur is een soort afgeleide geworden van de Chinese) en de gezinsconsumptie, gestimuleerd via overheidsmaatregelen. De dag dat ik in Tokyo was werd net een nieuwe premier gekozen, de vroegere minister van financiën. Onze analysten vertelden me dat hij gewoon is om goed met de administratie samen te werken, wat geruststellend is omdat daar het denkwerk wordt verricht over o.a. de te volgen economische strategie. Klemtonen daarin zijn de noodzaak de schuldspiraal onder controle te krijgen (de verhouding overheidsschuld/BBP bedraagt meer dan 200%) en, als het enigszins kan, een zwakkere yen. “Moet ik dan Japanse aandelen kopen” vroeg ik hen. Het antwoord was bevestigend, maar niet omwille van de nieuwe eerste minister, en sloeg meer specifiek op kleine Japanse aandelen. Deze zullen dit jaar een zeer sterke winstgroei neerzetten, nog een stuk meer dan de grote marktkapitalisaties, en zijn qua waardering duidelijk goedkoper (koers/boekwaarde van 0.84). Goed voor de geduldige belegger.
Reacties