De recente betere toon op de aandelenmarkten komt na een wat zwakkere periode. Verklaringen die men toen zag opduiken waren het seizoeneffect en de vrees dat het in China de verkeerde richting uitgaat. Uit statistische analyses over heel lange termijn blijkt dat de gemiddelde return voor september en oktober iets lager is dan de gemiddelde return voor de twaalf maanden van een jaar. Vooraleer u gaat panikeren: later op het jaar wordt het beter want dan kan men op statistische gronden een eindejaarsrally verwachten. Van deze seizoeneffecten word je echter niet rijk, daarvoor zijn ze te klein en grote schokken tijdens deze “gevaarlijke” maanden (oktober 1987, 11 september 2001) vergen een oorzaak, die komen niet zomaar. Niettemin vormde deze “seizoenredenering” aanleiding voor beleggers die sinds 9 maart (de start van de hausse) behoorlijk goed verdiend hebben, aan te zetten tot winstnemingen.
Een tweede bron van verkooporders vormde de Chinese beurs. Tot voor kort nog met de vinger gewezen als een zeepbel in wording zijn we er in geen tijd in een berenmarkt beland. Het ligt echter niet voor de hand wat Westerse beleggers hiermee moeten aanvangen. Is de Chinese markt een graadmeter voor de algemene, mondiale risicoafkeer of –voorkeur? Dit valt te betwijfelen: buitenlanders, een typische bron van volatiliteit in functie van het verloop van het beleggerssentiment, kunnen enkel via een quotasysteem in China beleggen. In de meeste andere groeilanden is dit anders, denk aan Turkije waar buitenlanders zorgen voor het gros van de beurstransacties. Is de Chinese markt dan een graadmeter voor wat op economisch vlak gebeurt? In zekere mate wel: aandelen koop en verkoop je in functie van de verwachtingen omtrent de “fundamentals” (bedrijfswinst, renteverloop), maar deze verklaren niet alles. De Chinese beurs wordt voor meer dan de helft gedomineerd door particulieren waarbij de neiging tot kortermijnspeculatie en kuddegedrag bekend is. Op de piek van de “bull market” overnachtten beleggers op de stoep voor bankkantoren om ’s morgens vroeg een effectenrekening te kunnen openen.
Als belegger in Europese of Amerikaanse aandelen het verloop van de beurs van Shanghai gebruiken om de toekomstige economische groei van China te voorspellen om daaruit conclusies te trekken omtrent de Chinese invoer en dus de Westerse uitvoer naar China en dus de toekomstige winsten van Westerse bedrijven is iets dat conceptueel zinvol is maar waar, eufemistisch gesteld, een zekere foutenmarge op zit. Zij die zich niettemin wat ongemakkelijk voelen bij de jo-jo-bewegingen in Shanghai kunnen hoop putten uit de recente verklaringen van de Chinese eerste minister. Vrij vertaald stelde deze dat de nooit geziene stimuleringsmaatregelen zullen behouden blijven omdat het huidige economische herstel te onstabiel, te onevenwichtig en nog niet stevig genoeg is. Lees: we zullen zorgen dat de groei verder aantrekt.
Reacties