De stroom aan economisch nieuws tijdens de voorbije weken heeft zowel aan de optimisten als aan de pessimisten materiaal gegeven om hun stellingen te onderbouwen. Vaak zagen we daarbij dat voor eenzelfde regio er goed én slecht nieuws was. In de Eurozone wijzen de vertrouwensindicatoren (index van aankoopmanagers, vertrouwen bedrijfsleiders) op een duidelijk herstel. Daarentegen heeft Axel Weber, de voorzitter van de Duitse Bundesbank laten verstaan dat het te vroeg is om de steunmaatregelen (monetair, budgetair) terug te schroeven omdat de Europese economie nog niet op haar eigen benen kan staan. Metro, het Duitse distributieconcern, ziet nog geen herstel van de consumptie aan de horizon en in Spanje kan men helemaal niet gewagen van “groene scheuten”. In de VS blijft het beeld eveneens gemengd. De bestellingen van duurzame goederen laten het wat afweten maar anderzijds is de markt voor residentieel vastgoed aan het stabiliseren, getuige de daling van de voorraad onverkochte woningen, de stijging van de verkopen van nieuwe woningen en het herstel van de prijzen. De stimuli in China zijn bijzonder effectief geweest maar de autoriteiten willen nu op de rem gaan staan wat betreft nieuwe bankleningen en investeringsprojecten afremmen in sectoren die al met een overaanbod kampen. Hopelijk heeft “Jan Modaal” in China er zin in om te consumeren om de groei op peil te houden. Sommigen twijfelen trouwens aan de betrouwbaarheid van de data maar anderzijds is de electriciteitsproductie (toch wel een betrouwbare indicator) weer aan het stijgen.
Veel bomen dus, maar hoe ziet het bos eruit? Dit lijken mij de belangrijkste elementen:
- de economische bodem is bereikt en we zitten in een begin van een wereldwijde heropleving. De vooroplopende indicatoren gaan de goede richting uit en tenzij statistische relaties die in het verleden golden (bijvoorbeeld tussen de verwachtingen van de consumenten voor de komende zes maanden en de consumptie in de daaropvolgende maanden of nog tussen de inschatting van de orderpositie door de aankoopmanagers en de daaropvolgende werkelijk ontvangen bestellingen) in de toekomst zouden “breken” moeten we er van uit gaan dat de heropleving verder gaat
- om statistische redenen (heropbouw voorraden, inhaalvraag) kan het herstel tijdelijk verrassend sterk zijn maar deze cyclus zal niettemin gekenmerkt worden door een gemiddeld gezien zwakkere groei dan bij vorige heroplevingen
- de arbeidsmarkt loopt achter op de economische ontwikkeling zodat op dat vlak geen snelle verbetering te verwachten is, wat op de gezinsbestedingen zal wegen.
De beurzen en de markt voor ondernemingsobligaties hebben in de voorbije maanden heel sterk gereageerd op de tekenen van beterschap in de economie Daarnaast is de risicoafkeer eveneens sterk gedaald wat de rally extra kracht heeft gegeven. Recent zien we echter dat ondanks het feit dat de economische cijfers positief blijven verrassen (in de VS, in Europa, in de groeilanden), waarbij de cijfers niet enkel goed zijn maar ook boven de consensusverwachting uitkomen, de reactie van de aandelenmarkt niet meer navenant is. De rek schijnt er wat uit te zijn. Dit illustreert dat heel wat goed nieuws reeds in de koersen zit verwerkt er dat er een neiging tot winstnemingen onstaat na een sterke stijging. We blijven er niettemin bij dat tussen nu en het jaareinde de beurzen hoger zullen gaan (met de onvermijdelijke volatiliteit): een bijzonder lage kortetermijnrente en een ontluikend economisch herstel vormen een combinatie die beleggers er toe aanzet om uiteindelijk toch wat meer risico te nemen bij hun beleggingen. In die zin is deze cyclus niet verschillend van de vorige.
William De Vijlder