Hopelijk hebben de Amerikaanse werkgelegenheidscijfers van vorige donderdag geen te grote domper gezet op de feestvreugde rond de “4th of July”. De cijfers waren slecht: 467.000 banen werden geschrapt wat heel wat meer is dan de consensusvoorspelling die mikte op een verlies van 365.000 banen. Bovendien was het cijfer ook slechter dan vorige maand toen “slechts” 322.000 jobs verloren gingen. Voor sommige analysten was dit voldoende om meteen het scenario van een W-recessie naar voor te schuiven waarbij we na de “groene scheuten” van het voorjaar opnieuw in dalende lijn zouden evolueren richting een nieuwe economische bodem (de tweede V van de W). Dit beeld stemt echter niet overeen met wat andere cijfers aangeven. De ISM-index in de verwerkende nijverheid is nogmaals gestegen in de VS en bereikt een niveau dat in het verleden samenviel met een stabiel activiteitspeil in termen van het BBP. Dezelfde index voor de dienstensector blijft eveneens stijgen. Dit spreekt de visie van een “double dip” tegen. Een staal van 8 economische researchteams, waarvan we de Amerikaanse groeivoorspellingen sinds aanzienlijke tijd volgen als een barometer voor wat komen zal, mikt trouwens voor het derde kwartaal op 1,3% groei (enkele weken geleden was dit nog 1,0%) en voor het vierde kwartaal op 2,1% (voorheen 1,9%). Voor 2010 rekenen ze op 2,4% (voorheen 2,2%).
Sceptici zullen argumenteren dat de slechte arbeidsmarkt in zich een economisch herstel in de weg staat. Tot op zekere hoogte is dit een pertinent punt omwille van de impact op de gezinsconsumptie. Theoretisch kan het herstel voortspruiten uit een verbetering van de netto-uitvoer (uitvoer min invoer) of van de binnenlandse vraag. Het probleem met “hopen dat onze buurman voor redding zorgt” is dat indien iedereen daarop rekent dit zou betekenen dat uiteindelijk een land als Luxemburg de hele wereldeconomie moet op sleeptouw nemen. Niet zo evident. Wat de binnenlandse vraag betreft heeft men vijf componenten. De opbouw van voorraden (zo dit gebeurt kan dit echter geen blijvend herstel veroorzaken), meer bedrijfsinvesteringen (bedrijven staan niet te trappelen want ze hebben teveel produktiecapaciteit), meer overheidsbestedingen (maar de staatskas is leeg net zoals in tal van andere landen), meer vastgoedinvesteringen (maar Amerika, net als veel andere landen, kampen met de naweeën van een enorme vastgoedcrisis) en meer gezinsconsumptie. Het lot van de wereldeconomie is dus in handen van “Joe Sixpack” zoals hij soms in de kranten wordt bestempeld. Om meer te consumeren moet hij ofwel meer schulden aangaan (liefst niet echter want de financiële crisis vond juist zijn oorsprong in overdreven schuldopbouw), ofwel zijn spaarquote verlagen (iets wat weinig waarschijnlijk lijkt want gezinnen zullen hun financieel vermogen opnieuw willen opbouwen a fortiori gezien het vooruitzicht van meer belastingen in de komende jaren), ofwel meer werken (vandaar dat het cruciaal is dat de arbeidsmarkt verbetert) ofwel meer verdienen per uur (dit zal moeilijk zijn met een werkloosheidsgraad die evolueert richting 10%).
Sommigen kunnen geneigd zijn daaruit te concluderen dat er helemaal geen heropleving komt. Dergelijke stelling zou te ver gaan: wanneer men een tijdlang de broeksriem aanhaalt ontstaat een fenomeen van inhaalvraag (in het Engels spreekt men van “pent-up demand”) waarbij de vraag toeneemt wanneer het dan toch marginaal beter gaat met de economie of wanneer bijvoorbeeld de beurs het een tijdlang goed doet. De basis daarvan wordt nu gelegd: zo bedragen de autoverkopen op jaarbasis 9,7 miljoen stuks terwijl jaarlijks zo’n 13 miljoen wagens moeten vervangen worden. De conclusie blijft niettemin dat dé cruciale motor voor het Amerikaans herstel, de particuliere consumptie, het moeilijk zal hebben om op een hoog toerental te gaan draaien wat impliceert dat het herstel dus niet anders dan zwak en aarzelend zijn. Voor de belegger in bedrijfsobligaties hoeft dit niet zo’n probleem te zijn. Voor de aandelenbelegger zet het enkel aan tot voorzichtigheid en selectiviteit. Geen wonder dus dat de slingerbeweging nu opnieuw richting defensieve waarden gaat.
William De Vijlder
7 juli 2009